
Oktober 2024 verscheen mijn boek Mijn eerste euthanasie, verhalen van artsen (Utrecht, uitgeverij De Graaff). In twee jaar tijd reisde ik het land door en sprak achttien artsen die een persoonlijke, intieme en unieke kijk geven in het begeleiden van het stervensproces van hun patiënten. Elke verhaal begint bij hun eerste euthanasie die ze verleent hebben.
Het boek neemt je mee in de visie, de twijfels en de morele dilemma’s die artsen ervaren wanneer zij te maken krijgen met een euthanasie aanvraag. Van een arts die steeds meer moeite krijgt met het verlenen van euthanasie tot een arts die de schoonheid ervan inziet tot een arts die met het huisartsen vak is gestopt tot een arts die euthanasie verlenen als ultieme daad van medemenselijkheid ziet.
In het boek komen veertien huisartsen en vier medisch specialisten aan het woord.
Ik denk dat euthanasie, de dood die de arts veroorzaakt, onder andere zo angstig maakt omdat je hier akelig dicht op de volstrekte onomkeerbaarheid van de dood staat. Je mág hier geen fout maken, want na afloop kan er niets meer worden hersteld. Er is zelfs geen gesprek mee mogelijk om na te gaan of de man of vrouw in kwestie dit echt wilde.
Bert Keizer, voorwoord Mijn eerste euthanasie, verhalen van artsen
a
a
Na het uitkomen van mijn boek blijft euthanasie en de (persoonlijke) betrokkenheid en impact van de arts op mijn pad komen. Begin 2025, ruim na het uitkomen van mijn boek, sprak ik longarts Michiel Gronenschild, verbonden aan het Zuyderland Ziekenhuis in Heerlen over het verlenen van euthanasie aan zijn patiënt en vriendin Mirjam Willemsen. Zij stierf op 21 oktober 2024. Mirjam was zelf huisarts en groot voorvechter voor goede palliatieve zorg. Ik interviewde haar ook voor mijn boek.
Hieronder een fragment van het verhaal Zo wil ik het later bij mezelf ook van longarts Michiel Gronenschild.
Het is maandag, ik draai ’s ochtends mijn chemo- en immuuntherapiepoli. Ik kan dit niet verzetten, dus doe ik dit spreekuur gewoon. Heel eerlijk, hoe ik dat doe weet ik niet. Alles gaat in een waas. Ik zit met een enorme knoop in mijn maag het moment van de euthanasie af te wachten. Afgelopen week heb ik met Mirjam gebeld en in het weekend hebben we uitgebreid contact gehad. In de laatste appjes schrijft ze: “Ik kijk uit naar maandag, hoe raar dat ook mag klinken.” Ze is echt klaar voor haar eigen euthanasie.
Na mijn spreekuur bel ik Mirjam. “Ik kom er nu aan.” Met een dubbel gevoel rijd ik naar haar huis. Aan de ene kant weet ik dat ik haar ga helpen, dat ik haar wens ga inwilligen. Aan de andere kant is het zo heftig. Het is niet helemaal mijn eerste euthanasie, ik heb ooit een euthanasie samen met Mirjam gedaan en daarna was er nog een euthanasie bij een patiënt in het ziekenhuis. Ik ben blij dat Mirjam niet echt mijn allereerste patiënt is waarbij ik euthanasie verleen. Ik heb in ieder geval alle logistieke zaken van euthanasie doorlopen. Dat geeft vertrouwen in de organisatorische kant.
Ik ga alleen naar de euthanasie. Dat is een bewuste keuze, daar hebben Mirjam, haar man en ik over gesproken. Ik had mij eigenlijk voorgenomen een euthanasie altijd met z’n tweeën uit te voeren. Stel dat er iets gebeurt, dan heb je altijd de ander. Maar in dit geval spreken we het anders af. Mirjams man is maag-darm-leverarts. Hij zegt: “We gaan dit samen doen.” En dat voelt voor mij goed en vertrouwd.
Ik kom binnen en voel het verdriet binnen het gezin tot in mijn diepste vezels. Het is een heel warm, hecht gezin. Voor de kinderen lijkt me dit ontzettend moeilijk, Mirjam ziet er nog zo goed uit. Ze heeft klachten, maar er ligt gewoon een mooie vrouw. Dat maakt het ingewikkeld. We beginnen aan de euthanasie en ik zie dat Mirjam zich volledig overgeeft. Het is zo gedaan, ze overlijdt snel. En dan ligt daar iemand die er prachtig uitziet. Het verdriet is hartverscheurend en ik kan mijn tranen niet bedwingen. En dat wil ik ook helemaal niet.
